Uniform gekleed
En toch niet allemaal gelijk
Als je zeekadetten ziet dan valt het meteen op dat ze er allemaal gelijk uitzien. Wat de kleding aangaat dan. Maar als je goed kijkt dan zie je toch wel kleine verschillen.
Een team
Dat een groep die samen optrekt in een zelfde outfit loopt, is niet bijzonder. Bij sommige sporten is het zelfs een must. Hoe houd je anders twee elftallen uit elkaar. Bij andere sporten is de gelijke outfit vooral om de teamspirit te verhogen. Roeiers lopen tijdens de wedstrijd niet door elkaar, maar willen wel dat je ziet dat zij een prestatie neerzetten. En natuurlijk fiets je in een Raboshirt veel harder dan in een gewoon t-shirt. Als je ergens bij hoort wil je dat laten zien. Jij let er toch ook op welke merken je vrienden dragen?
Ook zeekaddetten willen laten zien dat ze bij een team horen. Een team
waar ze trots op zijn. Hun uniform laat zien dat zeekadetten bij het
water horen, dat hun korps een eenheid is en dat kadetten van aanpakken weten. En aan merkkleding doen we ook, als je maar KPU kiest.

Dagelijks kloffie
Als zeekadetten roeien, zeilen of op hun korpsschip bezig zijn dan dragen zij allemaal het werkpak. Dat klinkt alsof zeekadetten altijd aan het werk zijn. Dat is natuurlijk niet zo. Het blauwe pak dat de kadetten meestal dragen, is een stoer pak dat makkelijk zit en waarin je alles op het water kunt doen.
Het werkpak, waarin je er uit ziet als een echte zeeman, bestaat uit een
donkerblauwe broek en een iets lichter jasje. Als het warm is gaat het
jasje uit en draag je een wit t-shirt. Als het koud is gaat het net
andersom. Natuurlijk niet het witte t-shirt over het jasje, maar wel een
donkerblauwe trui of sweater. Als het nodig is draag je bij het
werkpak de muts of pet van het nette uniform.

Pakkie-deftig
Soms zie je zeekadetten in een echt uniform. Dat donkerblauwe uniform lijkt op het pak dat veel mensen dragen die op of bij het water werken. Dit uniform hebben de kadetten aan als er iets bijzonders in het korps is of als zij bij een evenement helpen. Dan wil je er op z'n mooist uitzien.
Je ziet in de korpsen twee verschillende uniformen. Dat ligt aan de rang die je in het korps hebt. Er is een uniform voor de kadetten en kwartiermeesters en een uniform voor de anderen.
Als je een tijdje bij de zeekadetten bent en je hebt geleerd hoe het toegaat aan boord dan kun je in uniform.
Een donderblauwe broek en een donkerblauw matrozenhemd. En natuurlijk
de stoere braniekraag, die het meest opvalt. En - minder opvallend - een
rouwdas,
die aan de zeeheld Michiel de Ruyter herinnert. En de
matrozenmuts waarop staat: zeekadetkorps.
Van bootsman tot commandant hoort het matrozenhemd en de braniekraag niet meer bij het uniform. Zij dragen een donderblauwe jas en daaronder een wit overhemd met stropdas. In plaats van de vlotte matrozenmuts een normale uniformpet.
Meisjes en vrouwen mogen in plaats van de lange broek een rok dragen. Zij gebruiken wel de matrozenmuts, maar in plaats van de uniformpet een hoedje.


Zelf verzorgen
Als je in het uniform loopt dan wil je er natuurlijk ook piekfijn uitzien. Misschien krijg je daarvoor thuis wat hulp. Maar een zeekadet kan ook zelf voor zijn uniform zorgen want tijdens een vaartocht of kamp komt je moeder niet helpen. Een knoop aan zetten of de broek persen dat lukt vast wel.


Geen uniform
Je kunt al vanaf 9 jaar bij de zeekadetten komen. Je bent dan een ketelbinkie. Je hebt dan nog geen werkpak en uniform. Een ketelbinkie loopt in een blauwe broek (dat mag een spijkerbroek zijn), een wit t-shirt en een blauwe trui of sweater.
Kom je als aspirant zeekadet dan heb je in het begin alleen een werkpak.
De kledingvoorschriften staan in artikel 16 van het » huishoudelijk reglement.
Kijk ook op de pagina's Wat zit er op het uniform en Voor iets bijzonders.

