Van zeekadet ...
... tot adelborst
Naam: Joris Zijlstra
Leeftijd: 22
Zeekadetkorps: Zeekadetkorps Amsterdam
Lid sinds: 1999
Beroep: Opleiding tot zeeofficier bij de Koninklijke Marine
Vanaf dat ik het me kan herinneren, heb ik eigenlijk altijd al een fascinatie voor de
scheepvaart gehad. Ik
denk dat dit gedeeltelijk te danken is geweest
aan mijn neef, die ook een tijdje zeekadet is geweest. Hij was bij het
Zeekadetkorps Den Helder en is later naar de koopvaardij gegaan. Toen ik
een jaar of 10 was, hoorde ik via zijn vader over het Zeekadetkorps.
Tijdens een van de vele zomerkampen van de Zeekadetten 's avonds eventjes ontspannen.
Toen ben ik op zoek gegaan naar het dichtstbijzijnde korps. Dat bleek
Amsterdam te zijn. Na een keertje daar te hebben gekeken op een korpsdag
was mijn interesse gewekt. Dit werd mijn hobby. Helaas was ik op dat
moment nog net iets te jong om lid te worden, maar het volgende seizoen
mocht ik meedraaien ......... Wat duurde die paar maandjes lang op zo'n
jonge leeftijd!
In september 1999, vlak na het zomerkamp, was het dan eindelijk zover. Mijn eerste korpsdag! Omdat ik met afstand de jongste was, moest ik gelijk meedraaien met de oudere kadetten, die allemaal al ontzettend veel wisten natuurlijk. Gelukkig leer je daardoor zelf ook vreselijk snel en al gauw kon ik met bijna alle activiteiten meedraaien.
Joris Zijlstra was al in 2002 als zeekadet
op bezoek in de marinehaven van Den Helder.
Omdat je als zeekadet veel te maken krijgt met de Koninklijke Marine en zeker bij ons aangezien er toentertijd veel marinemensen rondliepen, raakte ik al gauw geïnteresseerd in de Koninklijke Marine. Toen een ander lid van ons naar het Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM) ging om officier Zeedienst te worden, wist ik het zeker: Dat wil ik ook!
15 Augustus 2006 was het dan eindelijk zover. Na succesvol mijn VWO te hebben afgerond en alle keuringen te hebben doorstaan, stond ik met mijn tas op de stoep van het KIM. Ik ging de opleiding beginnen als adelborst voor de zeedienst. Wat er allemaal zou gaan gebeuren? Geen flauw idee!

Klaar om ingescheept te worden voor
het eerste reisje als adelborst.
De eerste weken van de opleiding staan in het teken van het militair worden. Uit een groep individuen wordt een hechte groep gevormd. Dit gebeurt door middel van een bivak van een aantal weken waarin je dag en nacht op elkaars lip zit. Al gauw merkte ik dat mijn verleden als zeekadet hier goed van pas kwam. Een hoop dingen zoals Knopen, Rangen en standen en het werken in een groep krijg je als zeekadet al bijgebracht. Dit komt zeker in de eerste weken goed van pas!
Na het eerste bivak vertrok ik met een groep gelijk voor de eerste vaartocht. De zogeheten bootjesreis. Deze reis is bedoeld om een beeld te vormen van de varende marine, mee te draaien met alle dienstvakken aan boord en zoveel mogelijk op te snuiven van het leven aan boord. Ook hier merkte ik een verschil in instapniveau met mijn klasgenootjes: Even een brandslangetje oprollen? Geen probleem!
Na de bootjesreis moet je dan toch een keer de collegebanken in. Want
naast verschillende bivakken, sportlessen en praktijkoefeningen om
leiderschapsvaardigheden bij te brengen, is de opleiding tot officier
voor een groot deel theoretisch. De opleiding lang model tot officier
zeedienst duurt in totaal vijf en een half jaar. Drie jaren hiervan
bestaan uit een universitaire bacheloropleiding waarin je
wetenschappelijk gevormd wordt. Ongeveer twee
jaren bestaan uit het vaktechnisch onderwijs. Daarin naast de
theorievakken zoals meteorologie, plaatsbepaling, radarsystemen en
andere nautische vakken ook een aantal vaarstages. Die stages zijn aan
boord van de MOV Van Kinsbergen, het opleidingsschip van de marine, en
aan boord van andere marineschepen.
Hr. Ms. Tromp tijdens een havenbezoek
in Salalah, Oman.

Zo heb ik tijdens mijn opleiding gevaren op de Hr. Ms. Amsterdam, de Hr. Ms. Makkum en de Hr. Ms. Tromp. Hr. Ms. Amsterdam is een bevoorradingsschip, Hr. Ms. Makkum een mijnenjager en Hr. Ms. Tromp een fregat.
De opleiding wordt afgesloten door een stage van een half jaar. Hierbij wordt je geplaatst aan boord van een schip waar je een takenboek moet doen. Hierin staan opdrachten, die toepassing hebben op jouw eerste functie aan boord. Ook worden onderdelen, zoals calamiteitenbestrijding en scheepskennis afgetoetst. Na deze stage blijven de meesten aan boord van hetzelfde schip geplaatst. Ze gaan daar voor de eerstkomende paar jaren de functie van officier van de wacht op de brug vervullen. Dit is te vergelijken met de functie van stuurman op de koopvaardij. Bij de marine komt echter een hoop andere aspecten aan bod. Bijvoorbeeld helikopteroperaties en het op korte afstand manoeuvreren met andere schepen. Dit maakt de functie van officier van de wacht een erg uitdagende en veelzijdige baan waarbij veel flexibiliteit wordt verwacht.
Joris Zijlstra op de brugvleugel van Hr.Ms. Tromp
bij het aanlopen van de haven van Djibouti.
Een ander belangrijk aspect van de opleiding is het leven op het KIM.
Afhankelijk van je opleiding woon je hier de eerste drie jaar van de
opleiding in internaatsverband. Dit doe je als lid van het Korps Adelborsten. Elke adelborst maakt hier deel vanuit.
In dit verband wordt
een hoop activiteiten ontplooid. Zo is er op het KIM een groot aantal
sportverenigingen, die allemaal bestuurd worden door en voor de
adelborsten. Ook worden
er reisjes naar het buitenland georganiseerd en wordt er deelgenomen
aan allerlei (internationale) activiteiten zoals bijvoorbeeld de Great
River Race in Londen.
Adelborsten aan het trainen voor
de vierdaagse van Nijmegen.
Inmiddels heb ik de eerste vier jaar van de opleiding er bijna opzitten en vier fantastische jaren achter de rug. Er is soms wel een periode waarin je erg veel aan het studeren bent. Als deze echter weer wordt afgewisseld met een mooie vaarperiode heb je daarna weer genoeg motivatie om er met frisse moed tegenaan te gaan. Naast mijn opleiding ben ik ook nog steeds actief als bootsman bij Zeekadetkorps Amsterdam.
7-4-2010

